De klokken spelen over de daken.
De lantaarn, waar het geluid vandaan komt.
Boven de wijzerplaten hangt het carillon. Op vaste tijden speelt de automaat een stuk, en op andere uren zit er een beiaardier aan het klavier. U hoeft de toren niet in: het geluid is voor de straat gemaakt.
De zwaarste klokken dragen ver, de lichte tikken blijven dichter bij de gracht. Wind vanaf het IJ draagt het spel de Jordaan in. Wind de andere kant op, en u hoort het beter op de Keizersgracht dan op de markt.
Blijf een heel kwartier staan als het spel begint. Het eerste motief lijkt een deuntje voor toeristen. Daarna hoort u de pauzes, en dat de toren niet alleen de uren slaat maar de buurt een tempo geeft.